Op 29 september presenteerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving het rapport Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving (2025).
De mentale gezondheid van veel mensen in Nederland is van 2007 tot 2022 verslechterd of in het beste geval stabiel gebleven. Bijna de helft van de bevolking krijgt ooit te maken met mentale problemen. Volgens het Trimbos-instituut had in 2025 26% last van een psychische aandoening (Nemesis, Trimbos 2025).
“Het is tijd om de wortels van het probleem aan te pakken. Dat betekent: niet uitsluitend focussen op individuele oplossingen, maar de samenleving zelf tot rust brengen.” Jet Bussemaker, voorzitter Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Die wortels stammen deels uit het onderwijs van de afgelopen decennia. Ik herinner me nog goed dat mevrouw Bussemaker als minister van onderwijs op televisie propageerde dat het niet meer kón dat meisjes kapster wilden worden. Elk meisje zou minstens de ambitie moeten hebben om hoogleraar te worden, of rechter of minister (WNL, 2016). Daar was ik het niet bepaald mee eens. Ook ik wilde als meisje kapster worden. Dat ik dit niet ben geworden doet niets af aan het feit dat ik heel graag een goed opgeleide kapper of kapster héb. Wat als er een tekort aan kappers komt? Moeten we ons dan door een robot laten knippen?
‘Liever een zes zonder stress dan een zeven zonder leven’ was een gebruikelijk motto toen ik in 1994 in het voortgezet onderwijs startte als docent.

Gaandeweg is dit idee verdwenen. Steeds meer ouders gingen denken dat hun kind het gelukkigst wordt als het een zo hoog mogelijk schoolniveau behaalt. Ouders kwamen erachter dat je kinderen extra kon laten oefenen voor de CITO-toets (voorloper van de eindtoets), om een hoger schooladvies te krijgen. Eerst werd dit stiekem gedaan, later massaal en openlijk. Het officiële CITO standpunt was dat extra oefenen de uitslag onbetrouwbaar zou maken, en dus niet moest gebeuren. Toch kwam er steeds meer oefenmateriaal in omloop, en uiteindelijk ging CITO zelf (via Squla, powered by CITO) in 2010 geld verdienen aan dergelijk extra oefenmateriaal.
Gevolg was dat er steeds meer kinderen hoger instroomden in het voortgezet onderwijs, dan bij een betrouwbare uitslag van de CITO of als ze een “zuiver” schooladvies hadden gekregen. In de brugklas bleek vervolgens dat te hoog ingestroomde leerlingen het niveau niet aankonden. Als het erop leek dat ze moesten afstromen (een niveau lager verder gaan) kozen steeds meer ouders ervoor om bijles, huiswerkbegeleiding en examentrainingen in te kopen om hun kind toch op het (te) hoge niveau door te laten gaan.

Er wordt nu naar schatting een half miljard euro uitgegeven aan dit schaduwonderwijs.
Kinderen die het steeds net niet redden, worden voortdurend geconfronteerd met wat ze niet goed afgaat. Als het allemaal niet lukt, en er nog meer extra hulp nodig is, moet er voor de bekostiging meestal een diagnose gesteld worden. Zo’n deskundige diagnose luidt zelden: “Lijdt onder te hoge verwachtingen van ouders”. Vaker luidt die: “ADHD, dyslexie, XYZ etc. met recht op extra tijd bij examens”. Het kan zijn dat zoiets helpt, maar het kan ook averechts werken. Wat als het kind met een diagnose, behandeling, evt. medicijnen en extra tijd bij toetsen nog steeds niet aan de normen van het betreffende schoolniveau kan voldoen?
Omdat de overheid heeft ingezet op een kenniseconomie, moest er een einde komen aan de zesjescultuur. De overgangsnormen en exameneisen zijn verzwaard, en de schoolvakanties ingekort. Zittenblijven werd als duur bestempeld, en gewoon vmbo of havo werd niet meer goed genoeg bevonden.
Als je vmbo deed, moest je minstens proberen om 1 vak op havo-niveau te doen. En als je havo deed, 1 vak op vwo-niveau. Roostertechnisch is het lastig tot onmogelijk om een deel van de lessen in een andere klas mee te draaien, terwijl er ook een heel jaar extra van zo’n vak moet worden gedaan. Vmbo duurt immers 4 jaar, havo 5 jaar en vwo 6 jaar.
Zelfs een goede school was niet meer goed genoeg en moest het predicaat excellente school zien te behalen.

In 2015 bleken de Nederlandse leerlingen ook nog eens ongemotiveerd te zijn. Dit haalde alle voorpagina’s, maar de journalisten hadden het onderliggende onderzoek niet erg nauwkeurig geïnterpreteerd. In het PISA onderwijsonderzoek werd namelijk gesteld: “Ik wil een van de beste leerlingen in mijn klas zijn”. Van de Nederlandse 15-jarigen was slechts 30% het hier mee eens, terwijl in de rest van de deelnemende landen 60% het hiermee eens was. Dit viel op. Net als de lage score voor: “Ik wil de beste zijn in alles wat ik doe”.

Dat de Nederlandse 15-jarigen juist vaker aangaven dat hun klasgenoten behulpzaam zijn, dat ze makkelijk vrienden maken op school en dat ze zich behoorlijk gelukkig voelen, daar werd minder aandacht aan besteed in de media. Evenals aan het feit dat er in Nederland het minst gepest werd van alle landen. Mijn conclusie was dat dit het ultieme poldermodel is in de klas: je vindt goed samenwerken belangrijker dan je eigen individuele succes. In 2015 gaven Nederlandse 15-jarigen zichzelf gemiddeld een 7,8 voor hoe gelukkig ze zijn. In latere PISA onderzoeken scoorden ze nog steeds hoog op welbevinden, maar het daalde wel. In 2018 een 7,5 en in 2022 een 7,3.
Nu lijkt dat dalen van het welbevinden samen te gaan met het stijgen van de prestatiedruk. In 2025 zegt 61 procent van de Nederlandse jongeren tussen 12 en 30 jaar regelmatig of vaak prestatiedruk te ervaren. Bijna de helft van hen voelt dit wanneer ze met school of studie bezig zijn. De meeste jongeren zeggen prestatiedruk vanuit zichzelf te ervaren. Daarnaast ervaren ze prestatiedruk vanuit school of studie en docenten, ouders, vrienden, klas- of teamgenoten, collega’s of hun baas, sociale media of influencers, andere familieleden en hun sportcoach of trainer. (KidsRights, 2025).
Begrijpelijk dat de VO-raad en LAKS zijn begonnen met het project Toetsdruk.
Op scholen/onderwijsinstellingen waar de druk erg hoog is, is de kans groot dat het welbevinden daalt. Niet zo gek dat Harvard University en Wellington College (de op één na duurste kostschool in Engeland) al in 2006 met gelukslessen zijn begonnen. Juist daar is de noodzaak hoog, omdat de prestatiedruk er gigantisch is. Veel competitie lijkt ook hand in hand te gaan met pesten, wat ook erg slecht is voor het welbevinden.

Ik ben op een van bijeenkomsten van de VO-raad en Laks geweest, en vind het streven om de prestatiedruk en toetsdruk omlaag te krijgen sympathiek, maar ook wat aandoenlijk.
Scholen en leraren worden namelijk nog steeds afgerekend op de examenresultaten. Dat maakt het wel heel lastig om tegen je leerlingen te zeggen: doe het maar kalmpjes aan met de voorbereidingen. Je hoeft niet hoog te scoren.
Voor ouders ligt dit anders. Het Nederlands Jeugd Instituut (NJI, 2025) adviseert ouders:
Leg de lat niet te hoog, Leer je kind dat het niet nodig is om alles te kunnen en overal goed in te zijn. In de huidige maatschappij draait het bij jongeren veel om concurreren: wie haalt de beste school- of sportresultaten, wie heeft de meeste vrienden, wie deelt de mooiste plaatjes op sociale media? Vertel je kind dat perfectie niet bestaat en dat fouten maken oké is. Fouten maken hoort bij het leven en is juist hartstikke leerzaam. Vertel daarnaast ook dat het niet nodig is om álles uit het leven te halen. Probeer juist rust te brengen. Niks doen, lummelen, of je af en toe vervelen is ook goed.
Ik zou daaraan toe willen voegen:
Lieve ouders, natuurlijk wilt u dat uw kind gelukkig is en blijft of wordt. En misschien denkt u dat een zo hoog mogelijk schoolniveau daaraan meehelpt. Maar dat is niet zo. De beste garantie voor een gelukkig leven zijn sterke sociale relaties (Waldinger & Schulz, 2023).
Twee andere belangrijke basisbehoeftes: autonomie (zelf keuzes kunnen maken), en competentie (je bekwaam voelen) (Deci & Ryan, 2017).
Overambitieuze ouders kunnen deze zaken in de weg zitten en daardoor hun kind ongewild juist ongelukkig maken. Als een lager schoolniveau beter bij een kind past, zal het zich daar bekwaam en prettiger voelen. Het zou daar meer zelfvertrouwen kunnen ontwikkelen, en het leren ook leuker gaan vinden. Dan is er ook meer tijd voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden, en zonder al te veel stress zichzelf ontwikkelen richting een zelfstandige volwassene.
‘Survival of the fittest’ betekent niet dat de sterkste/snelste/slimste of hoogstopgeleide succesvol overleeft. Degene die zich het beste kan aanpassen, of datgene doet wat het beste bij hem past, die zal het meest succesvol zijn.
Help uw kind te zoeken naar wat het beste bij hem past.
In hoeverre u zelf mee wilt draaien in de hypernerveuze samenleving laat ik geheel aan u.
U bent volwassen en mag dat helemaal zelf kiezen. Maar wat u uw kinderen aandoet, daar moet u verantwoordelijkheid voor nemen. Laat ze niet gebukt gaan onder een te hoge lat. En als u vindt dat u het goede voorbeeld moet geven, dan is meer tijd voor vrienden, familie en ontspanning misschien beter op zijn plaats.
Ik heb goede hoop en vertrouwen dat velen van jullie dit daadwerkelijk zullen doen en was blij verrast te horen hoe groot de groep ouders is die nu hun kinderen daadwerkelijk zijn gaan beschermen tegen de stress en risico’s van de smartphone.
Ga zo door!
Jacqueline Boerefijn is bioloog en Master toegepaste positieve psychologie, initiatiefnemer van ‘Lessen in geluk’ en ‘Positief Onderwijs’ en auteur van ‘Opvoeden tot geluk’ en ‘Gelukkig voor de klas’. Daarnaast is ze redacteur bij het Netwerk Positieve Psychologie. Ze helpt ouders en docenten om toepassingen uit de positieve psychologie te gebruiken in opvoeding, onderwijs en werk.
Referenties
KidsRights, 2025 https://www.kidsrights.org/nl/prestatiedruk-schaadt-jongeren-nu-scholen-weer-gaan-beginnen/
Nederlands Jeugd Instituut, 2025. Advies voor ouders hoe om te gaan met prestatiedruk:
https://www.nji.nl/kennis/welbevinden/omgaan-met-prestatiedruk#1.-leg-de-lat-niet-te-hoog
NEMESIS – Trimbos, 2025. Kerncijfers psychische aandoeningen. Samenvatting: https://www.trimbos.nl/kennis/cijfers/psychische-gezondheid-ggz/.
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025) Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving.
https://www.raadrvs.nl/adviezen/o/op-de-rem—voorbij-de-hypernerveuze-samenleving
Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. The Guilford Press.
VO-raad en LAKS (2025)
https://www.vo-raad.nl/projecten/toetsdruk-een-initiatief-van-laks-en-de-vo-raad
Waldinger, R. J., & Schulz, M. S. (2023). The good life: lessons from the world’s longest study of happiness. Unabridged. Simon & Schuster Audio.
WNL, 2016 https://npo.nl/start/serie/wnl-op-zondag/seizoen-10/wnl-op-zondag_98/afspelen