Over de kracht van steun en welbevinden in een veeleisende werksetting.

De complexe werkelijkheid van de forensische zorg
Werken in de forensische zorg betekent werken op de grens van gevangenschap en rehabilitatie. Medewerkers begeleiden patiënten die vaak last hebben van ernstige psychiatrische stoornissen en zware delicten hebben gepleegd. Elke werkdag vraagt van hen om te balanceren tussen empathie en professionele begrenzing. Het is een domein waar compassie nooit vrijblijvend is, maar voortdurend wordt getoetst aan risico’s, regels en verantwoordelijkheden.
Dit werk is intens. Onderzoek laat zien dat forensische zorgverleners worden blootgesteld aan hoge emotionele belasting, agressie, en ethische dilemma’s (Bogaerts et al., 2021; Cranwell-Ward & Abbey, 2005; Edwards et al., 2000; Hilton et al., 2017; van Leeuwen & Harte, 2011). Deze constante druk vergroot het risico op stress, vermoeidheid en psychische klachten zoals depressie en burn-out (Hilton et al., 2017; Moore & Gates, 1995; Seto et al., 2020). Dat heeft niet alleen gevolgen voor de individuele medewerker, maar ook voor teams, en hierdoor dus ook voor organisaties. Hoge werkdruk en emotionele belasting hangen namelijk samen met meer absenteïsme, personeelsverloop en een verminderende kwaliteit van zorg (Bogaerts et al., 2021; van Leeuwen & Harte, 2011).
Toch blijkt dat velen onder deze omstandigheden opmerkelijk goed blijven functioneren. Velen ervaren hun werk als zinvol, en blijven ondanks de intensiteit betrokken en gemotiveerd. Dat roept de vraag op: wat maakt dat sommige mensen onder zware druk blijven staan en zelfs groeien, terwijl anderen uitgeput raken? Het antwoord lijkt misschien te liggen in veerkracht, het vermogen om niet alleen te herstellen van tegenslag, maar om sterker uit moeilijke ervaringen te komen.
Wat weten we over veerkracht in de forensische zorg?
Veerkracht wordt in de literatuur vaak omschreven als het vermogen om “terug te veren” na tegenslag (Waller, 2001). In modernere definities is het echter geen statisch kenmerk, maar een dynamisch proces dat zich ontwikkelt binnen een persoon in interactie met de omgeving (Fletcher & Sarkar, 2013; Kuldas & Foody, 2021; Ungar, 2011). Mensen bouwen veerkracht op door persoonlijke eigenschappen, maar ook door externe steun en door het leren omgaan met moeilijkheden.
In de forensische context speelt dat proces een cruciale rol. Zorgverleners werken immers dagelijks in een emotioneel geladen setting waarin onvoorspelbaarheid, risico en morele spanning samenkomen (Mistry et al., 2022). Onder zulke omstandigheden wordt veerkracht niet alleen getest, maar ook gevormd.
Empirisch onderzoek toont aan dat veerkracht bij forensische zorgverleners samenhangt met minder burn-out, meer werktevredenheid en een betere mentale gezondheid (Guo et al., 2019; Zheng et al., 2017). Werknemers met hoge veerkracht kunnen dus beter omgaan met de dynamische en zware uitdagingen die structureel deel zijn van hun werktaken. Een belangrijke vraag voor onderzoekers en organisaties is dan ook: waar komt die veerkracht vandaan, en hoe kunnen we haar versterken?
Wat versterkt veerkracht bij forensische zorgverleners?
Studies laten zien dat veerkracht wordt gevoed door een samenspel van persoonlijke eigenschappen, sociale relaties en organisatorische context.
Kwantitatieve onderzoeken hebben verschillende positieve voorspellers geïdentificeerd: hoop, spiritualiteit, psychologisch welbevinden en optimisme blijken belangrijke interne bronnen van veerkracht (Bogaerts et al., 2021; Klinoff et al., 2018; Williams, 2018). Ook factoren zoals sekse en werkervaring spelen soms een rol: vrouwelijke zorgverleners en medewerkers met meer jaren ervaring rapporteren gemiddeld hogere veerkracht (Bogaerts et al., 2021; Williams, 2018).
Sociale steun sprong eruit als een belangrijk werk gerelateerde factor (Klinoff et al., 2018). Dit werd verder onderzocht in een interventie studie die toonde dat mentorschap een krachtige vorm van ondersteuning kan zijn. De studie liet zien dat het koppelen van forensische verpleegkundigen met mentoren leidde tot significante toename in veerkracht van de verpleegkundigen (Davey et al., 2020). In vervolgonderzoek bleek dat juist de inhoud en kwaliteit van deze relatie, waaronder ruimte voor reflectie buiten de klinische setting, het opbouwen van vertrouwen en het erkennen van de impact van het werk, bepalend waren voor de versterking van veerkracht (Henshall et al., 2020).
Kwalitatieve studies vullen de bronnen van veerkracht verder aan en maken ze specifieker. Forensische zorgverleners noemden emotionele balans, werk-privébalans, zelfzorg (zoals prioriteit geven aan eigen herstel en grenzen na moeilijke gebeurtenissen), spiritualiteit, en zelfs persoonlijke groei na traumatische gebeurtenissen als cruciale bronnen van veerkracht (Ferdik et al., 2025; Konyk & Ricciardelli, 2023). Deze resultaten tonen aan dat uitdagingen op werk veerkracht niet hoeven te verminderen, maar juist een mogelijk geven tot versterking.
Deze bevindingen illustreren dat veerkracht niet simpelweg een aangeboren buffer tegen stress is, maar eerder een systeem tussen individu en omgeving, specifiek tussen persoonlijke eigenschappen en externe steun.
Hoe ontwikkelt veerkracht zich over de tijd heen?
Maar hoe ontwikkelt veerkracht zich over tijd, zeker in een context vol dynamische en structurele druk zoals de forensische zorg?
Een recente, nog ongepubliceerde, longitudinale studie onder meer dan 300 forensische zorgverleners onderzocht hoe veerkracht zich ontwikkelde tijdens de COVID-19-pandemie. Over een periode van een jaar, met vier meetmomenten, bleek veerkracht op groepsniveau opmerkelijk stabiel te blijven: er was geen gemiddelde stijging of daling zichtbaar (Bergmans et al., 2025). Maar onder de oppervlakte kwamen grote individuele verschillen naar voren. Er werden zes veerkrachttrajecten geïdentificeerd. De meeste deelnemers bleven op een stabiel (gemiddeld of hoog) niveau van veerkracht. Toch viel een kleine groep op, ongeveer 3%, bij wie de veerkracht duidelijk afnam in de loop van het jaar.
Deze dalende groep rapporteerde minder welbevinden, lagere ervaren sociale steun en meer angst gerelateerd aan COVID-19. Dit suggereert dat veerkracht bij de meeste forensische zorgverleners weliswaar duurzaam is, maar niet onverwoestbaar: voeding is nodig om het stabiel te houden.
Twee factoren bleken belangrijk te zijn voor het behouden van veerkracht over de tijd heen: welbevinden en sociale steun. Welbevinden, het ervaren van positieve emoties, vitaliteit en zingeving, bleek een sterke voorspeller van de stabiliteit van veerkracht. Dit sluit aan bij de Broaden-and-Build theory van Barbara Fredrickson (Fredrickson, 2004). Volgens deze theorie verbreden positieve emoties het denk- en handelingsrepertoire van mensen. Ze vergroten de flexibiliteit, creativiteit en sociale verbondenheid, waardoor mensen beter voorbereid zijn om tegenslag op te vangen. Positieve emoties bouwen als het ware persoonlijke psychologische hulpbronnen op die de basis vormen van veerkracht.
Daarnaast behielden medewerkers die zich gesteund voelden door collega’s vaker een stabiel hoge veerkracht. Deze bevinding is te verklaren vanuit de sociaal-ecologische benadering van veerkracht van Michael Ungar (Ungar, 2011). Volgens deze benadering is veerkracht geen individuele eigenschap, maar een relationeel proces dat ontstaat wanneer er hulpbronnen aanwezig zijn in de omgeving van een persoon, en deze persoon in staat én bereid is met deze hulpbronnen te werken.
Waarom het verminderen van werkdruk niet genoeg is
Veel organisaties proberen hun personeel te steunen door het verminderen van de werkdruk of de emotionele belasting. Dat zijn waardevolle initiatieven, maar ze blijken niet voldoende volgens de bevindingen. Uit het longitudinale onderzoek bleek namelijk dat de emotionele belasting van het werk niet direct samenhing met veranderingen in veerkracht. Dat betekent niet dat de belasting onschadelijk is voor de werknemer, maar wel dat zij geen invloed lijkt te hebben op veerkracht, zelfs niet wanneer ze wordt vermeden.
De stressinoculatietheorie biedt hiervoor een verklaring (Meichenbaum & Novaco, 1985). Deze theorie stelt dat gecontroleerde blootstelling aan stress, mits er voldoende herstel en steun aanwezig zijn, kan leiden tot een sterker vermogen om toekomstige stress te hanteren. In die zin ontwikkelen forensische zorgverleners hun veerkracht niet ondanks, maar soms juist dankzij herhaalde confrontatie met moeilijke situaties. De uitdaging is dus niet om stress volledig te elimineren, maar om een omgeving te creëren waarin forensische zorgverleners die stress kunnen integreren in hun persoonlijke groei.
Van overleven naar floreren
De inzichten uit onderzoek vragen om een fundamentele perspectief verschuiving in hoe organisaties omgaan met de mentale gezondheid van hun medewerkers. Waar de focus traditioneel lag op het verminderen van belasting om uitval of burn-out op te lossen, groeit het besef dat het versterken van positieve bronnen minstens zo belangrijk is.
Deze verschuiving sluit aan bij de kern van de positieve psychologie: welbevinden wordt niet gedefinieerd door de afwezigheid van klachten, maar door de aanwezigheid van positieve emoties, betrokkenheid, relaties, betekenis en groei (Seligman & Csikszentmihalyi, 2000). Voor de forensische zorg betekent dat een verschuiving van het idee van “verminderen van belasting in een moeilijke context” naar “floreren ondanks, en soms juist dankzij, belasting”.
Concreet houdt dit in dat organisaties:
- investeren in collegiale steun en teamcohesie.
- ruimte creëren voor herstel, waardering en betekenisgeving.
- het welbevinden van medewerkers centraal stellen als voorwaarde voor duurzame inzetbaarheid, niet als luxe extra.
Een organisatie die dat perspectief omarmt erkent dat welbevinden en steun geen bijzaken zijn, maar voorwaarden voor forensische zorgverleners en de kwaliteit van de zorg die ze leveren.
Een veerkrachtige organisatie begint bij verbondenheid
Veerkracht in de forensische zorg lijkt dus geen kwestie van risico’s en werkbelasting verminderen, maar van steun: via persoonlijke eigenschappen en hulpbronnen die samenwerken en worden ondersteund door de omgeving. Wanneer organisaties investeren in sociale steun, herstelmogelijkheden, en het welbevinden van hun personeel, ondersteunen ze niet alleen de veerkracht van een individu, maar creëren zij ook een cultuur die de basis vormt voor een duurzame en florerende werkomgeving die de kwaliteit van zorg versterkt.
In een tijd waarin de forensische zorg onder druk staat door personeelstekorten, maatschappelijke verwachtingen en ingrijpende incidenten, biedt dit perspectief een hoopvolle boodschap. Veerkracht blijkt geen zeldzaam of aangeboren talent, maar een proces dat gevoed kan worden. Het vraagt om organisaties die niet alleen risico’s willen beheersen, maar ook willen bouwen aan persoonlijke en interpersoonlijke groei. Pas dan wordt veerkracht in de forensische zorg niet iets wat men heeft, maar iets wat men samen creëert.
Bronnen
Bergmans, M. van Woerkom, M., Nijman, I., Bogaerts, S., & De Caluwé, E. Resilience Trajectories Among Forensic Healthcare Workers: The Influence of Psychosocial Factors. [Manuscript submitted for publication].
Bogaerts, S., van Woerkom, M., Erbaş, Y., De Caluwé, E., Garofalo, C., Frowijn, I., Jeandarme, I., Masthoff, E., & Janković, M. (2021). Associations Between Resilience, Psychological Well-Being, Work-Related Stress and Covid-19 Fear in Forensic Healthcare Workers Using a Network Analysis [Original Research]. Frontiers in Psychiatry, 12. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2021.678895
Cranwell-Ward, J., & Abbey, A. (2005). The Most Stressful Jobs. In J. Cranwell-Ward & A. Abbey (Eds.), Organizational Stress (pp. 63-71). Palgrave Macmillan UK. https://doi.org/10.1057/9780230522800_7
Davey, Z., Henshall, C., & Jackson, D. (2020). The value of nurse mentoring relationships: Lessons learnt from a work-based resilience enhancement programme for nurses working in the forensic setting. International Journal of Mental Health Nursing, 29(5), 992-1001. https://doi.org/10.1111/inm.12739
Ferdik, F., Pierce, B., Strait, A., Hizer, H., & Staples, E. (2025). Unravelling the wellbeing needs of correctional officers: results from nine separate focus groups. Psychology, Crime & Law, 1–25. https://doi.org/10.1080/1068316X.2025.2466080
Fletcher, D., & Sarkar, M. (2013). Psychological resilience: A review and critique of definitions, concepts, and theory. European Psychologist, 18(1), 12–23. https://doi.org/10.1027/1016-9040/a000124
Fredrickson, B. L. (2004). The broaden-and-build theory of positive emotions. Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci, 359(1449), 1367-1378. https://doi.org/10.1098/rstb.2004.1512
Guo, Y., Plummer, V., Lam, L., Wang, Y., Cross, W., & Zhang, J.-p. (2019). The effects of resilience and turnover intention on nurses’ burnout: Findings from a comparative cross-sectional study. Journal of Clinical Nursing, 28(3-4), 499-508. https://doi.org/https://doi.org/10.1111/jocn.14637
Henshall, C., Davey, Z., & Jackson, D. (2020). The implementation and evaluation of a resilience enhancement programme for nurses working in the forensic setting. International Journal of Mental Health Nursing, 29(3), 508-520. https://doi.org/10.1111/inm.12689
Hilton, N. Z., Ham, E., & Dretzkat, A. (2017). Psychiatric Hospital Workers’ Exposure to Disturbing Patient Behavior and Its Relation to Post-Traumatic Stress Disorder Symptoms. Can J Nurs Res, 49(3), 118-126. https://doi.org/10.1177/0844562117719202
Klinoff, V. A., Van Hasselt, V. B., Black, R. A., Masias, E. V., & Couwels, J. (2018). The assessment of resilience and burnout in correctional officers. Criminal Justice and Behavior, 45(8), 1213-1233. https://doi.org/10.1177/0093854818778719
Konyk, K., & Ricciardelli, R. (2023). Tough lessons: Pathways toward correctional officer resilience and growth. Traumatology, 29(3), 340-351. https://doi.org/10.1037/trm0000408
Kuldas, S., & Foody, M. (2021). Neither Resiliency-Trait nor Resilience-State: Transactional Resiliency/e. Youth & Society, 54(8), 1352-1376. https://doi.org/10.1177/0044118X211029309
Meichenbaum, D., & Novaco, R. (1985). Stress inoculation: A preventative approach.
Issues in Mental Health Nursing, 7(1-4), 419–435.
Moore, P. V., & Gates, D. M. (1995). Workplace Violence. AAOHN Journal, 43(10), 536-546. https://doi.org/10.1177/216507999504301010
Seto, M. C., Rodrigues, N. C., Ham, E., Kirsh, B., & Hilton, N. Z. (2020). Post-traumatic Stress Disorder, Depression, Anxiety Symptoms and Help Seeking in Psychiatric Staff: Trouble de stress post-traumatique, dépression, symptômes d’anxiété et recherche d’aide chez le personnel psychiatrique. Can J Psychiatry, 65(8), 577-583. https://doi.org/10.1177/0706743720916356
Seligman, M. E., & Csikszentmihalyi, M. (2000). Positive psychology: An introduction.
American Psychologist, 55(1), 5–14.
van Leeuwen, M. E., & Harte, J. M. (2011). Violence against care workers in psychiatry: Is prosecution justified? International Journal of Law and Psychiatry, 34(5), 317-323. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/j.ijlp.2011.08.011
Waller, M.A. (2001), Resilience in Ecosystemic Context: Evolution of the Concept. American Journal of Orthopsychiatry, 71: 290-297. https://doi.org/10.1037/0002-9432.71.3.290
Ward, T. and C. Stewart, Criminogenic needs and human needs: A theoretical model. Psychology, Crime & Law, 2003. 9(2): p. 125-143
Williams, G. (2018). Resisting burnout. Revista de Fomento Social, 617-647.
Zheng, Z., Gangaram, P., Xie, H., Chua, S., Ong, S. B. C., & Koh, S. E. (2017). Job
satisfaction and resilience in psychiatric nurses: A study at the Institute of Mental Health, Singapore. International Journal of Mental Health Nursing, 26(6), 612-619. https://doi.org/https://doi.org/10.1111/inm.12286
| Marta Bergmans, msc, is promovenda aan Tilburg University op het project: “Positivity in Captivity: A Positive Psychology Approach to Forensic Healthcare Work”, onder begeleiding van Prof Dr. Marianne van Woerkom, Prof. Dr. Stefan Bogaerts, en Dr. Elien de Caluwé. Ben je geïnteresseerd in onderzoek naar een positief psychologische benadering binnen de forensische psychiatrie? Neem dan contact op met: m.k.bergmans@tilburguniversity.edu |