De eerste week van juli was het weer een van de leukste weken van het jaar voor mij. Met collega’s Matthijs, Marga en Cosima reisde ik af naar Dublin voor de 12e European Conference on Positive Psychology (ECPP).
Het congres had als thema Body Meets Mind: Positive Psychology and Health for Everyone. Als psychomotorisch therapeut was dit voor mij meteen een belangrijke reden om te gaan: positieve psychologie in combinatie met het bewustzijn van hoe lichaam en geest met elkaar verbonden zijn.
Er was aandacht voor de verbinding tussen psychologisch welzijn, lichamelijke gezondheid en floreren. Ook de context kreeg nadrukkelijker aandacht dan anders, evenals de soms wat beperkte blik van de positieve psychologie op het individu. Het lichaamsgerichte aspect was aanwezig, maar iets minder sterk dan ik had gehoopt. Daarnaast kwamen thema’s voorbij als positieve gezondheid, werkgeluk, onderwijs, technologie, kunst en de relatie tussen lichaam en geest.
Een congres over positieve psychologie is voor mij altijd een beetje als een grote snoepkast: er is te veel om uit te kiezen. Van tevoren lees ik het programma zorgvuldig door, maar in de pauze hoor ik alweer enthousiaste verhalen over lezingen en workshops waar ik óók bij had willen zijn.
Juist daarom vind ik het leuk om achteraf uit te wisselen wat ik heb gehoord. Het programma was breed, met onderzoekers en professionals uit allerlei landen en vakgebieden. Zelf bezocht ik bijdragen over sterke kanten, welzijn op het werk, positieve gezondheid, coaching, kunst en technologie. Ook de keynotes liepen uiteen, van ongelijkheid en welzijn tot flourishing, compassie in leiderschap en onderzoek naar sterke kanten. Ook de reacties daarop liepen uiteen, hoorde ik bij de koffie en thee in de pauzes. Voor deze nieuwsbrief heb ik een aantal workshops en lezingen gekozen die mij raakten en daar vertel ik jullie graag iets over.
Sterke kanten, energie en cultuur
Zelf bezocht ik een lezing van Sue Langley over sterke kanten. Haar benadering sluit aan bij de bekende kern van de positieve psychologie, maar zij kijkt nadrukkelijker naar drie aspecten:
- Performance: hoe goed je presteert wanneer je een sterke kant inzet.
- Energy: hoeveel energie het je geeft.
- Use: hoe vaak je die sterke kant gebruikt.
Daarmee kijkt ze breder dan alleen naar waar iemand goed in is.
Wat ik vooral interessant vond, was haar aandacht voor context en voor de intergenerationele en culturele kant van sterke kanten. Ze nodigde ons uit om niet alleen te kijken naar je eigen kwaliteiten, maar ook naar waarden en krachten die je vanuit je familie, cultuur en voorouders hebt meegekregen.
Welke eigenschappen worden binnen jouw cultuur gewaardeerd? Welke verhalen leven er in je familie? En welke sterke kanten herken je daarin?
Met een eenvoudig schema breng je culturele waarden en krachten in kaart. Daarmee wordt de vraag breder: niet alleen wat zijn mijn sterke kanten?, maar ook waar komen ze vandaan en in welke context krijgen ze betekenis?
Volgens Langley kan zo’n benadering bijdragen aan psychologische veiligheid en meer ruimte geven aan verschillende vormen van kracht en begaafdheid. Dat vond ik een waardevol inzicht, juist bij vraagstukken rond inclusie en diversiteit.
Spel, gamification en engagement
De leukste workshop vond ik die rond het werk van Ilona Boniwell. Zij werkt veel met games en spel en dat past natuurlijk goed in mijn straatje. Omdat ik net bezig was met de revisie van mijn studieboek Muzisch-agogische methodiek, was dit voor mij extra interessant.
Bij Boniwell stond gamification centraal: het toevoegen van game-elementen aan situaties die op zichzelf geen spel zijn.
Dat raakte sterk aan wat ik ken vanuit muzisch-agogisch werken en serious games. In werkvormen en materialen die ik gebruik en ontwikkel, staan creativiteit en spel centraal om mensen anders te laten leren, ontdekken en ervaren. Boniwell bracht mij waardevolle argumenten voor de kracht van deze middelen. In die zin voelde deze workshop een beetje als thuiskomen.
Veel elementen waren herkenbaar, zoals motivatie, uitdaging en beloning. Maar er kwamen ook elementen voorbij waar ik minder mee werk: punten, badges, prestaties en leaderboards.
Dat competitie-element zette me aan het denken. Ik vraag me af hoe goed dat bij de Nederlandse cultuur en verschillende doelgroepen past. Gamification gaat dus niet alleen over speelsheid, maar ook over uitdaging, beloning, zichtbare voortgang en soms competitie.
Voor mij zat de belangrijkste herkenning uiteindelijk ergens anders: spel is niet alleen ontspanning of een leuke toevoeging. Door spelelementen bewust in te zetten, kun je nieuwsgierigheid oproepen, mensen activeren, verbinding creëren en leren op een andere manier mogelijk maken.
Brein, welzijn en onderwijscultuur
Ik werd ook geraakt door wat ik hoorde over een workshop van Linda Rowley, die ik zelf had gemist, over het welzijn van het brein. Zij had een wiel ontwikkeld waarin verschillende aspecten van breinwelzijn samenkomen. Een helder hulpmiddel om te onderzoeken wat al voldoende aandacht krijgt en waar nog ruimte zit om het welzijn verder te versterken.
Daarnaast volgde ik een workshop over onderwijs, cultuur en leiderschap. Daarin werd veel waarde gehecht aan de sociale sfeer en cultuur binnen een school. Ik realiseerde me dat we in Nederland met onderwijsconcepten als Dalton, Montessori en Jenaplan al langer vertrouwd zijn met het belang van omgeving, gemeenschap en sociale context. Zo blijkt maar weer dat niet alles nieuw is onder de zon.
Wat ik meeneem
Wat de bijdragen voor mij vooral met elkaar verbond, was de verbreding van het perspectief op positieve psychologie. Naast sterke kanten kun je kijken naar energie, cultuur en context. Naast mentaal welzijn wil je ook begrijpen wat er in ons brein en lichaam gebeurt en welke rol de omgeving speelt.
Daarnaast werd ik opnieuw bevestigd in mijn vertrouwen in de kracht van kunst, creativiteit en spel als middel, en in het belang om lichaam en brein niet los van elkaar te zien.
Positieve psychologie mag zich wat mij betreft steeds minder beperken tot wat zich ‘in het hoofd’ van een individu afspeelt. Lichaam, omgeving, cultuur, relaties en sociale context kregen tijdens dit congres terecht een mooie plaats.
Kortom: een interessant en gezellig congres, met mooie ontmoetingen met Nederlandse en internationale collega’s met eenzelfde missie. En dat maakt zo’n congres voor mij zo waardevol: één grote, inspirerende snoepkast.