Veerkracht in het AZC

Een tijdje geleden bezocht Jacky van de Goor, één van onze redactieleden, een bijeenkomst in een theater in Eindhoven waarin asielzoekers zich presenteren aan de stad. Een indrukwekkende bijeenkomst over hun dromen en kwaliteiten, met humor en speelsheid gebracht. Reden om bureau Wasbeer & Pauw, die het programma  verzorgt waar deze presentatie onderdeel van is, te vragen om een artikel te schrijven over hun werkwijze. Hoe werken zij aan veerkracht bij deze kwetsbare groep mensen? Een inkijkje.

Tien voor tien ’s ochtends. De eerste mensen staan al voor de nog dichte deur van het lokaal. Notitieboekje en pen in de aanslag. De één nog in pyjama met net-uit-bed kapsel, de ander in sportkleding na een rondje hardlopen door het park. Vier mentoren maken ondertussen een rondje over het terrein om zoveel mogelijk bewoners op te trommelen. Om stipt 10 uur zit het lokaal zo goed als vol. De deur gaat dicht: de dagstart gaat beginnen.

Voor bewoners van de door Wasbeer & Pauw gecoördineerde opvanglocaties (in totaal zo’n 850 mensen, verdeeld over vier locaties) is het inmiddels een vast ijkpunt om op doordeweekse ochtenden samen te komen in de gemeenschappelijke ruimte. De mentor deelt belangrijke informatie, bespreekt wat er die dag en de rest van de week op het programma staat en we sluiten af met een taalspelletje. Na ongeveer een halfuur gaat iedereen weer zijn eigen weg.

We zijn ervan overtuigd dat dat dagelijkse halfuurtje een grote rol speelt in het ontwikkelen én behouden van de veerkrachtigheid van bewoners. In tijden waarin veel onzeker is, met vaak grote zorgen over de asielprocedure en over achtergebleven familie, is het verleidelijk om in bed te blijven liggen. Veel mensen in de asielprocedure hebben geen werk en volgen geen opleiding. Waarom zou je een wekker zetten als niemand iets van je verwacht en de toekomst onzeker is? De dagstart heeft een verplichtend karakter. De mentor van dienst houdt een presentielijst bij. Als je er niet bij kunt zijn, meld je je van tevoren af.  Een simpel concept, maar in onze ogen zo waardevol.

Natuurlijk zijn er mensen die afhaken. Bewoners die er het nut niet van inzien en hun warme bed verkiezen boven het volgen van ons programma. We zullen altijd blijven proberen om ze er toch bij te betrekken. Omdat we, na ruim drie jaar ervaring met deze groep mensen, zien dat iedereen de vruchten plukt van een ritme in de dag, en van het gevoel dat je ergens wordt verwacht.

Onze werkwijze zorgt heus ook voor wrijving. Bewoners weten dat dit op andere opvanglocaties niet ‘hoeft’. En wat weten wíj nou helemaal van de weg die iemand heeft afgelegd voordat hij of zij hier terechtkwam? Van de trauma’s waar iemand mee te dealen heeft, van waar iemand ’s nachts van wakker ligt? Van hoe het is om een kamer te moeten delen met soms wel vijf andere mensen met verschillende nationaliteiten, religies, gebruiken? Is het dan niet wat makkelijk praten om te zeggen dat iemand ‘gewoon’ om 10 uur moet aanschuiven?

Misschien wel. De ruimte om het daarover in gesprek te gaan is er dan ook altijd. Die gesprekken leveren vaak mooie inzichten op, aan beide kanten. Bewoners beseffen dat ze dit niet voor óns doen, maar op de langere termijn vooral voor zichzelf. Tegen de tijd dat iemand een BSN-nummer krijgt en in principe in Nederland aan het werk mag (dat duurt op papier zo’n zes maanden vanaf de asielaanvraag, maar in de praktijk meestal langer), is diegene gewend aan een bepaald dag- en nachtritme en is de overgang naar de structuur van het werkende leven minder groot.

Tegelijkertijd worden wij tijdens zulke gesprekken met de neus op de feiten gedrukt, en zien we in dat het voor een gemiddelde asielzoeker inderdaad héél wat veerkracht vraagt om er elke dag weer iets van te maken. Wat zou je zelf doen als je, zoals het echtpaar uit Iran, al drie jaar wacht op nieuws van de IND over je verblijfsvergunning, en je je ondertussen grote zorgen maakt over de veiligheid van je twintigjarige dochter die achterbleef? Of als je, zoals de jongeman uit Oeganda, onderweg naar Europa slachtoffer werd van mensenhandel, en je, je eenmaal veilig wanend in Nederland, opnieuw werd misbruikt door een persoon die je vertrouwde? Als je jarenlang vastzat in een Turkse cel en jezelf voornam om nóóit meer te vertrouwen op ‘het systeem’ of ‘de instanties’? Als je je halve familie verloor bij een aardbeving in Syrië, net toen je dacht dat jullie waren ontkomen aan het regime van Assad?

Hoe blijf je rechtop staan als alles om je heen op losse schroeven staat? Durf je erop te hopen dat je hier mag ‘landen’, iets op mag gaan bouwen? Ga je tijd en energie investeren als je geen idee hebt of je hier over een paar maanden nog welkom bent?

In principe is met de gemeente Eindhoven afgesproken dat de asielzoekers die hier worden opgevangen, in de stad mogen blijven op het moment dat ze groen licht krijgen voor een Nederlandse verblijfsvergunning. Met dat in ons achterhoofd, maar óók met de realistische kans dat iemand alsnog Nederland moet verlaten, ontwikkelden we een programma gericht op zelfontwikkeling, taal en cultuur. Een belangrijk onderdeel daarvan is een wekelijkse workshop, die net als de dagstart een verplichtend karakter heeft.

Tijdens die trainingen, die anderhalf uur duren, kijken we naar waar iemands talenten liggen. Waar is iemand goed in, heeft diegene al (werk) ervaring op een bepaald gebied, en wat zou iemand nog graag willen leren of ontwikkelen? We richten op ons op skills die, ongeacht welk pad er voor iemand is uitgestippeld, altijd van pas kunnen komen. Als we de deelnemers vragen wat zij als hun eigen kwaliteiten beschouwen, komen woorden als ‘krachtig’, ‘positief’ en ‘flexibel’ steevast naar voren.

Dat dat niet zomaar loze termen zijn, kunnen we inmiddels alleen maar beamen. Elke reeks van negen workshops wordt afgesloten met een eindevent. Na afloop van de eerste reeks staan bewoners in het theater om zichzelf te presenteren aan publiek. Dat vergt niet alleen een hoop moed, maar ook een flinke portie doorzettingsvermogen, repeteren, vallen en opstaan. Veerkracht dus, wederom. Wie minstens zeven workshops heeft bijgewoond, krijgt een certificaat. Het is geen papier dat garantie biedt op een goede opleiding of baan, maar wel een bevestiging van deelname. Een bewijs dat iemand, ondanks beren op de weg, zorgen over thuisland en toekomst, tóch dat bed uit is gekomen. Dat iemand er, ondanks alles, bewust voor heeft gekozen om er iets van te maken.

Na zo’n ‘diploma-uitreiking’ staan er standaard teleurgestelde bewoners aan ons bureau die óók zo’n papier hadden gewild, maar niet voldoende aanwezig waren. We beschouwen het maar als een mooi compliment en wijzen mensen op de volgende serie workshops, waar opnieuw een certificaat kan worden verdiend. Veerkracht werkt aanstekelijk, zo blijkt.